SMAAK Special: het vernieuwde Rijksmuseum

In deze SMAAK special over het vernieuwde Rijksmuseum vertellen betrokkenen wat het gebouw aan verrassingen voor hen in petto had.Terugblikken maar vooral ook vooruitkijken, dat is het doel van de SMAAK Special, want het proces mag dan bij tijd en wijle moeizaam en ingewikkeld zijn geweest, het resultaat mag er zijn. Daar is iedereen het over eens.

SMAAK Special: het vernieuwde Rijksmuseum

SMAAK, het magazine van de Rijksgebouwendienst, staat voor Stedenbouw, Monumentenzorg, Architectuurbeleid, Architectuur en Kunst. SMAAK is er voor iedereen die geïnteresseerd is in rijksgebouwen, monumenten, architectuur en kunst. SMAAK verschijnt in druk als special over een gebouw of thema.

Altijd Was met aandacht voor Vijfde Nota

Onder de titel Ruimte maken, ruimte delen heeft de ministerraad op 15 december 2000 de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening vastgesteld. Dat was die nota die sprak over rode en groene contouren. Ik denk dat ik een van de weinige inwoners van Nederland ben die de hele nota helemaal gelezen heeft. Dat deed ik toen als corrector. Het ministerie van VROM was een belangrijke opdrachtgever.

Lees en kijk: Altijd Was met Verrommeling van het landschap.

Deze aandacht van het tv-programma Atijd Was voor de nota vond ik heel leuk. Aandacht voor die nota vind ik belangrijk. Er sprak inspiratie uit.

Wanneer schrijf je beide en wanneer beiden?

Beide wordt altijd zonder -n geschreven als het een geheel vormt met een zelfstandig naamwoord dat er vlak achter staat; het maakt niet uit of dat zelfstandig naamwoord personen of zaken aanduidt:

  • Ik zag beide kinderen naar school gaan.
  • De beide bedrijven gingen verhuizen.

Daarnaast is beide juist als het slaat op een woord dat eerder in de tekst genoemd is en dat geen personen aanduidt:

  • De bedrijven gingen beide verhuizen.

Beiden is juist als het naar personen verwijst en er geen zelfstandig naamwoord achter staat; het zelfstandig naamwoord kan wel eerder in de zin genoemd zijn:

  • De jongens gaan beiden naar school.
  • Beiden vroegen hoe het met me ging.
  • Ze vroegen beiden hoe het met me ging.
  • De nieuwe buurvrouw vroeg ons beiden op de koffie.
  • Ik heb jullie beiden gewaarschuwd.

Bron

Beletselteken

Tot in de puntjes …

Voor en achter een beletselteken komt meestal een spatie. Als een woord wordt afgebroken, komt er geen spatie voor het beletselteken. Als het beletselteken tussen haakjes staat, komt er aan het einde van een zin na haakje een punt achter het beletselteken. Als de drie puntjes het eind van de zin vormen, komt er geen extra punt na. Het derde puntje vormt dan de zinsafsluiting. Als de zin op een vraagteken of uitroepteken eindigt, komt dat leesteken meteen achter het derde puntje.

  • Wat ze me toen vertelde …
  • En wat als iedereen in slaap valt …?

Daarnaast wordt het beletselteken gebruikt om een plotselinge onderbreking of een lange pauze weer te geven. Het beletselteken kan bijvoorbeeld spanning suggereren.

  • Gert riep nog: ‘Wacht even op m…’ Maar Ivan hoorde hem niet meer.
  • Gvozdenovic speelt de bal naar Verheyen … Verheyen haalt uit en … hij schiet naast de goal!
  • Ja, maar … Zo gemakkelijk is dat niet.

Het beletselteken wordt ook gebruikt ter afbreking van onvolledige opsommingen. Het woord enzovoort of de afkorting enz. is evenwel gebruikelijker aan het eind van een onvolledige opsomming.

  • Alle belangrijke mensen waren aanwezig: Jeannine, Katrien, Bart, Griet, Michel …
  • Katleens dessertenbuffet was erg uitgebreid: tiramisu, fruitsla, chocomousse, taart, ijs …

Scheldwoorden en taboewoorden kunnen worden afgebroken met het beletselteken.

  • Het deed zoveel pijn dat hij riep: ‘Godv…!’

Ten slotte kan het beletselteken ook in een citaat aangeven dat er een stuk tekst is weggelaten. Het beletselteken staat dan tussen ronde of vierkante haakjes.

  • ‘Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde (…). Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet (…). Het recht zal hij zuiver doen kennen.’ (Jesaja, 42, 1-3)
  • P.C. Retnec schrijft: ‘Theater is een uitwisselingsproces dat plaatsvindt tussen de acteurs en de toeschouwers. […] Toneel is eveneens een theatervorm waarbij acteurs een spel tentoonspreiden voor de toeschouwers.’

Op naar Baskenland

Nederlandse les

Al een tijdje geef ik Nederlandse les aan twee jonge mensen uit Baskenland. Zij werken in Nederland en willen graag de taal leren. Op mijn beurt wil ik meer weten over Baskenland. Met deze video krijg ik vast een voorproefje!