Schildklier, Lessen NT2, correctie, redactie, portfolio Laura, Relatie

Archief voor ‘Schildklier’

Weliswaar heeft het onderwerp van de website niets te maken met taal. Ik heb wel te maken met de taal van die site. De meeste teksten heb ik geschreven en de content plaats ik.

Het onderwerp heeft te maken met schildklieraandoeningen en zwangerschap. In de praktijk komt het regelmatig voor dat vrouwen in die situatie niet optimaal behandeld worden. Dat kan beter.

Week van de schildklier

WEEK VAN DE SCHILDKLIER – 29 mei tot 5 juni

In de Week van de Schildklier organiseert Schildklierstichting Nederland activiteiten zoals informatiestands, lotgenotencontact en informatiebijeenkomsten. De stichting wil op deze manier de Nederlandse bevolking extra alert maken op de klachten bij en de gevolgen van schildklieraandoeningen.

Naar schatting hebben 850.000 mensen in Nederland een schildklieraandoening. Veel klachten zijn helemaal niet zo typisch voor de schildklier, waardoor een schildklieraandoening niet of niet direct wordt herkend.

In dit eerste jaar is het thema schildklier en zwangerschap. Bij vrouwen komt een schildklieraandoening 4 – 8 keer vaker voor. Daarom is het goed om extra alert te zijn bij zwangerschap. Een slecht functionerende schildklier beïnvloedt het zwanger worden en heeft gevolgen voor moeder en kind tijdens de zwangerschap en de bevalling en ook voor de periode na de bevalling.

Naast de regionale activiteiten in die week verschijnt er een speciaal nummer van het Schildkliermagazine. Daarin is alle aandacht gericht op schildklier en zwangerschap.

tsh-curve.jpg

Bron

Deze afbeelding laat zien hoe de gemiddelde TSH is bij gezonde mensen. TSH is de afkorting van thyroid stimulating hormone. In het Nederlands: schildklier stimulerend hormoon. Bij de diagnose en behandeling van schildklieraandoeningen draait het vooral om deze TSH-waarde.

In de curve is te zien dat de gemiddelde waarde iets boven de 1 is. Hoe normaal zijn de normaalwaarden als daarvoor geldt 0,4 – 4,0?

Farmacokinetiek houdt zich bezig met wat een geneesmiddel doet in het lichaam.

Deze pagina uit de Hulpgids.nl legt er meer over uit. In de bovenste grafiek kun je de concentratie-tijdcurve zien na het eenmaal slikken van een geneesmiddel. De onderste grafiek laat de concentratie-tijdcurve zien na vaker slikken van een geneesmiddel. Na inname van een pil krijg je een berg, in de loop van de dag krijg je een dal.

Zo’n soort curve geldt ook voor schildklierhormonen (T4 en T3).

Als de tijd tussen de inname van twee pillen veel korter is dan de halfwaardetijd van dat middel, krijg je lage bergjes en ondiepje dalletjes. Je kunt dat zien bij T4-hormoon (dosis: om de 24 uur een pilletje; halfwaardetijd ongeveer 7 dagen). Als de tijd tussen de inname van twee pilletjes iets korter is dan de halfwaardetijd van dat middel, dan krijg je hogere bergen en diepere dalen. Je kunt dat zien bij T3-hormoon (twee pilletjes van 6,25 mcg op een dag; halfwaardetijd ongeveer 20 uur).

In werkelijkheid zijn de bergen niet altijd even hoog en de dalen niet altijd even diep. De bergen zijn per dag hoger of lager. De dalen zijn per dag dieper of minder diep. Dat kan allerlei oorzaken hebben. Denk aan activiteit, koorts, minder/meer eten, andere medicijnen, enz. enz.

Een gezonde schildklier produceert constant schildklierhormoon naar behoefte. De afbraak (klaring) is ook constant. Bij een gezond iemand bestaan er dus geen bergen en dalen.

In feite laat die onderste curve goed zien hoe gebrekkig de behandeling met schildklierhormoon (levothyroxine) is. Waar blijft dus schildklierhormoon met vertraagde afgifte?

Klaring is in de geneeskunde en de farmacologie de snelheid waarmee een bepaalde stof door het lichaam uit het bloed wordt verwijderd. Die stof kan een lichaamseigen stof zijn, maar het kan ook geneesmiddel zijn.

Eliminatiewijzen

Vele stoffen worden door de lever of door de nier afgebroken en via onder andere urine, ontlasting, zweet, uitgeademde lucht uit het lichaam verwijderd (‘geklaard’).

Kinetiek van de klaring

De snelheid waarmee een stof uit het lichaam verdwijnt kan volgens verschillende mechanismen verlopen. De volgende twee processen komen het meest voor:

- Nulde-orde-proces: de eliminatie van de stof verloopt met een constante snelheid. Dat wil zeggen dat er per tijdseenheid (bijvoorbeeld per minuut) een constante hoeveelheid geëlimineerd wordt. Deze hoeveelheid is onafhankelijk van de concentratie in het bloed. Een voorbeeld van een stof die zo geklaard wordt is alcohol.

- Eerste-orde-proces: per tijdseenheid wordt er een constante fractie (bijvoorbeeld x%) van de hoeveelheid van een in het lichaam aanwezige stof geëlimineerd. De grootte van deze fractie is onafhankelijk van de concentratie. Een en ander houdt dus in dat er per tijdseenheid een afnemende hoeveelheid van het middel uit het lichaam verdwijnt.

Formules

Wikipedia geeft formules voor de berekening van nulde- en eerste-orde-proces. 1 2

Grafieken

Dit is een grafiek van een nulde-orde-proces. Het is een rechte lijn.
Dit is een grafiek van een eerste-orde-proces. De lijn nadert de nullijn, maar de lijn bereikt deze nullijn in theorie nooit.

Steady state

Wanneer een evenwichtssituatie (steady state) wordt bereikt, hangt af van de tijd die nodig is om de concentratie te halveren. Je noemt dat de halfwaardetijd (eliminatiehalfwaardetijd, t½) van de stof.

- Na vier à vijf keer de t½ is de evenwichtssituatie bereikt.
- Vier à vijf keer de t½ na een verandering van dosis is een evenwicht bereikt.
- En vier à vijf keer de t½ na stoppen is de concentratie verwaarloosbaar laag.

Klaring schildklierhormoon

Bij levothyroxine (T4) is de halfwaardetijd ongeveer 7 dagen. Voor liothyronine (T3) duurt een korter dan een dag. Bij T4 wordt er na ongeveer 6 weken een evenwicht bereikt.

NIV-Richtlijn schildklierfunctiestoornissen

Tijdens de zwangerschap verandert de schildklierfunctie van een gezonde vrouw aanzienlijk. De eerste helft van de zwangerschap is de baby afhankelijk van schildklierhormoon van de moeder. Dit geldt vooral voor de ontwikkeling van de hersenen. Het kindje in wording van een vrouw met hypo- of hyperthyreoïdie heeft ook schildklierhormoon nodig. Zijn moeder kan daar alleen niet zelf voor zorgen. Een vrouw met hypothyreoïdie moet voldoende T4-hormoon slikken; een vrouw met hyperthyreoïdie moet niet te veel schildklierremmend medicijn slikken.

NVOG- en NIV-richtlijn

Eerder is al de richtlijn Schildklier en zwangerschap van de Nederlandse Vereniging Obstetrie en Gyneacologie verschenen (inmiddels is hij verlopen). In mei 2007 is de Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen verschenen van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV). Deze richtlijn besteedt in hoofdstuk V (Romeinse 5) aandacht aan alle aspecten rond de zwangerschap.

Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste aandachtspunten uit de richtlijn.

Hypothyreoïdie en zwangerschap

  • Schildklierwaarden bepalen vanaf het moment dat een vrouw weet dat ze zwanger is om te zien of de dosis T4-hormoon moet worden opgehoogd.
  • Zo spoedig mogelijk in het eerste trimester (d.w.z. bij positieve zwangerschapstest) moet de dosering L-thyroxine met 30% worden verhoogd.
  • De ervaring leert dat de dosis T4-hormoon in de eerste 3 maanden van een zwangerschap met 25 tot 50% moet worden opgehoogd. Hierbij wordt gekeken naar de TSH-waarde.
  • In de zwangerschap wordt gestreefd naar een TSH-waarde rond 1 tot 2 mU/l.
  • Tijdens de zwangerschap is het wenselijk om de TSH en FT4 om de 6 weken te controleren.
  • Als de hypothyreoïdie een gevolg is van de ziekte van Graves, moeten de TSI-antistoffen worden bepaald in het eerste of tweede trimester. Bij aanwezigheid van TSI-antistoffen is een bepaling in het laatste trimester nodig.
  • Bij een goede behandeling van de hypothyreoïdie (goede waarden) kan de verloskundige de zwangerschap begeleiden en de vrouw kan thuis bevallen.
  • Bij het geven van borstvoeding vormt het gebruik van T4-hormoon geen gevaar.

Subklinische hypothyreoïdie en zwangerschap

Er wordt geadviseerd om subklinische hypothyreoïdie te behandelen met T4-hormoon. Dit omdat subklinische hypothyreoïdie in verband wordt gebracht met spontane miskramen, lagere psychomotorische ontwikkelingsscores en lagere IQ- scores op 4- tot 7-jarige leeftijd. Daarnaast ook omdat bij een zwangerschap naar een TSH-waarde rond 1 tot 2 mU/l wordt gestreefd. Er zijn nog geen onderzoeken gedaan die aangeven dat behandeling met T4-hormoon betere psychomotorische ontwikkelingsscores en hogere IQ-scores tot gevolg heeft. Er zijn geen nadelige effecten bekend van een goede behandeling met T4-hormoon tijdens een zwangerschap.

Subklinische hypothyreoïdie en zwangerschapswens

Omdat geadviseerd wordt subklinische hypothyreoïdie in de zwangerschap te behandelen, is het ook raadzaam om vrouwen met subklinische hypothyreoïdie en ongewenste kinderloosheid te behandelen met T4-hormoon.

Hyperthyreoïdie en zwangerschap

  • Bij een vrouw met (Graves’) hyperthyreoïdie en zwangerschapswens heeft bestrijding van deze hyperthyreoïdie vóór de zwangerschap met radioactief jodium of operatie de voorkeur. Bij oudere vrouwen die op korte termijn zwanger willen raken kan de voorkeur uitgaan naar medicatie. Van de thyreostatica is PTU het veiligst voor de baby.
  • Als vrouwen tijdens hun zwangerschap PTU gebruiken, moet de zwangerschap door een internist en een gynaecoloog worden begeleid.
  • Bij het gebruik van thyreostatica in een zwangerschap wordt gestreefd naar een zo laag mogelijke dosis PTU waarbij de FT4 in het hoognormale gebied ligt.
  • Wenselijk is de schildklierfunctie elke 4 weken te controleren.
  • In het eerste of tweede trimester van een zwangerschap dienen bij (voormalige!) Graves’-vrouwen de TSI-antistoffen te worden bepaald. Zijn ze aanwezig, dan moet dit worden herhaald in het derde trimester van de zwangerschap. Bij aanwezigheid van TSI-antistoffen in het derde trimester is er een verhoogd risico voor hyperthyreoïdie van de baby voor en na de geboorte; de gynaecoloog dient hier goed op te letten.

Meer informatie staat in het Schildkliermagazine van september 2007.

Gevoelige TSH-test

Sinds de beschikbaarheid van gevoelige bepalingen voor het thyroïd stimulerend hormoon (TSH) worden regelmatig subklinische schildklierfunctiestoornissen gevonden. Subklinische hyperthyreoïdie wordt gedefinieerd als de combinatie van een onderdrukte TSH-serumconcentratie en een serumconcentratie vrij T4 en T3 in het normale gebied, ten gevolge van ofwel behandeling met schildklierhormoon ofwel een overproductie van T4 en/of T3. Geringe symptomen van hyperthyreoïdie kunnen al dan niet aanwezig zijn.

Lees het artikel [doc]

Welke medicijnen bij welke aandoening

Schildklieraandoeningen worden vaak behandeld met medicijnen. Door het aanklikken van onderstaande links kun je van alles lezen over de medicijnen die gebruikt worden bij de volgende aandoeningen:

Van belang is om altijd de bijsluiter te lezen. Raadpleeg bij vragen je arts of apotheker. Je kunt ook terecht bij de telefoondienst van Schildklierstichting Nederland. Donateurs kunnen met hun vragen terecht bij de telefooncontactpersonen.

Bijsluiters

Behandelrichtlijnen

Overige informatie

Volledige tekst

De volledige pagina vind je op www.schildklier.nl. Onlangs heb ik daar alle gegevens geüpdatet.

Er bestaan verschillende schildklieraandoeningen. Denk aan hypothyreoïdie, hyperthyreoïdie, struma, schildklierkanker en de oogziekte van Graves.

Deze schildklieraandoeningen worden behandeld met medicijnen, een operatie en/of radioactief jodium. Per aandoening verschilt de behandeling.

Voor de diagnose en behandeling van schildklieraandoeningen gelden richtlijnen. Van huisartsen, internisten, gynaecologen, oncologen en nucleair geneeskundigen wordt verwacht dat zij zich houden aan die behandelrichtlijnen. Voor patiënten bieden de richtlijnen een bron aan informatie.

Wat kun je als patiënt verwachten van het contact arts-patiënt? Wat kun je doen of veranderen aan je eigen inbreng?

Het Schildkliermagazine wordt ingezet als lesmateriaal op de Radboud Zorgacademie bij de cursus endocrinologie voor verpleegkundigen.

Doel is de studenten bekend te maken met een kwalitatief goed patiëntenblad.

De cursus wordt vormgegeven in samenwerking met endocrinologen van de Nederlandse Vereniging voor Endocrinologie (NVE) en de Landelijke Werkgroep Endocrinologie voor Verpleegkundigen (LWEV).

UA-12353968-1