Archief voor juni, 2009

De Schildklierstichting ontving van Stichting September een verzoek om medewerking aan een zorgboek voor chronisch patiënten met een hypofyse-aandoening.

Hypofyse-aandoening en schildklier

De hypofyse maakt schildklierstimulerend hormoon (TSH). Als de hypofyse te weinig TSH maakt, maakt de schildklier ook te weinig schildklierhormoon (hypothyreoïdie). Als de hypofyse te veel TSH maakt – doordat er een goedaardig gezwelletje in zit (adenoom) dat TSH maakt – gaat de schildklier ook te veel hormonen maken (hyperthyreoïdie).

Behandeling

Bij hypothyreoïdie krijgt de patiënt schildklierhormoon. Bij hyperthyreoïdie wordt ervoor gekozen om direct de aanmaak van schildklierhormoon af te remmen. Dit gebeurt met medicijnen die schildklierremmers of thyreostatica worden genoemd. Daarnaast worden medicijnen gegeven die het adenoom doen slinken. Als het adenoom niet of onvoldoende slinkt wordt het adenoom chirurgisch verwijderd. Er zijn ziekenhuizen die de chirurgische methode als eerste keus toepassen.

Commentaar

In overleg met een endocrinoloog heb ik het zorgboek becommentarieerd. Zien wat niet goed is, is één ding. Precies aangeven hoe het dan wel moet, is wat anders. Oké, dat schildklierhormoon een schildklier niet geneest, dat is eenvoudig te corrigeren. Dat de block+replace-aanpak niet hoort bij een TSH-adenoom kon ik me voorstellen, maar wat dan? Dan komen dopamine-agonisten en somatostatine op de proppen.

UA-12353968-1