Posts Tagged ‘levothyroxine’
Regelmatig blijkt dat gebruikers van schildklierhormoon niet in aanmerking komen voor de Compensatie eigen risico (CER). Hun aandoening valt pas onder de Farmaceutische kostengroep (FKG) volgens het Centraal administratiekantoor (CAK) als de dagdosering (DDD) van de betreffende gebruikers hoog genoeg is.
Bij de dagdosering gaat het om de Defined Daily Dose (DDD). Deze DDD is bepaald door de WHO Collaborating Centre for Drugs Statistics Methodology. Volgens de website van deze WHO-organisatie is de DDD voor de schildklierhormonen levothyroxine en liothyronine als volgt:
• levothyroxine sodium 0,15 mg (= 150 mcg);
• liothyronine sodium 60 mcg;
Het CAK gaat er nu vanuit dat minimaal 181 dagdoseringen van 150 mcg levothyroxine in één jaar geslikt moeten zijn om in aanmerking te komen voor de CER. In de praktijk betekent het dat een schildklierpatiënt in aanmerking komt voor de CER als hij gedurende een jaar ten minste 75 mcg levothyroxine per dag slikt. Dan wordt hij pas ingedeeld in een FKG.
Voor liothyronine is de DDD 60 mcg. Dat is behoorlijk schokkend. Dit getal is gebaseerd op een obsolete bijsluiter van Cytomel waarin gesproken wordt van behandeling met alleen T3. Dat is geen gangbare behandeling van hypothyreoïdie. Iemand die T4+T3 slikt – wat kan in Nederland – slikt hooguit ongeveer 12,5 mcg per dag. Die dosis voldoet dus nooit aan de DDD. De DDD is zelfs hoger dan de hoeveelheid T3 die een gezonde schildklier zelf maakt.
Wat betreft die DDD. Op de website van het CAK komt de definitie Defined Daily Dose niet voor. Op de website van het ministerie van VWS wordt slechts een lijst gegeven met namen van middelen. Hoeveelheden noch de afkorting DDD wordt daar genoemd. Verwezen wordt daar naar het Besluit Zorgverzekering. Daar komt die DDD aan de orde. Via die enorme omweg is de hoogte van die DDD te achterhalen met internet. Dan komt eerst de website van WHOCC in beeld.
In de praktijk hebben schildklierpatiënten in Nederland te maken met de in 2007 samengestelde evidence based richtlijnen. Dat zijn de NHG-Standaard Schildklieraandoeningen van het Nederlands Huisartsengenootschap en de Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen van de Nederlandse Internisten Vereeniging (NIV).
In de NIV-richtlijn staat het volgende over de dosering:
‘De substitutiedosering is afhankelijk van het lichaamsgewicht en de etiologie van de hypothyreoïdie. De gemiddelde substitutiedosering voor volwassenen is 1,8 microgram/kg, de spreiding is groot en de behoefte aan schildklierhormoon is na (‘near-total’) thyreoïdectomie in het algemeen groter dan bij hypothyreoïdie op auto-immuunbasis.’
De NHG-standaard geeft als advies:
‘Verhoog de dosering na ten minste twee weken steeds met respectievelijk 25 of 12,5 mcg levothyroxine tot een dagdosering van respectievelijk 75 of – bij ouderen – 50 mcg. Handhaaf de dosis als de TSH-waarde normaal is en de patiënt klachtenvrij is.’
In het Besluit Zorgverzekering wordt gesteld: De gewichten die de minister koppelt aan de FKG’s zijn gebaseerd op onderzoek naar de voorspelbare vervolgkosten van verzekerden die zijn ingedeeld bij een FKG. In de behandelrichtlijnen is van een dergelijk gewicht geen sprake. Er bestaat geen relatie tussen de hoogte van de dosis schildklierhormoon en kwaliteit van leven. Men kent ook geen minimum-dagdosis.
Door de gehanteerde DDD kan het voorkomen dat de ene gebruiker van levothyroxine wél voor compensatie in aanmerking komt en de andere gebruiker niet. Terwijl dat alleen te maken zou kunnen hebben met leeftijd, gewicht en geslacht. Dat terwijl beiden op reguliere wijze behandeld worden aan de hand van EBM-richtlijnen.
Aandacht willen we ook vestigen op de volgende passage:
‘The main purpose of the ATC/DDD system is as a tool for presenting drug utilization statistics with the aim of improving drug use. This is the purpose for which the system was developed and it is with this purpose in mind that all decisions about ATC/DDD classification are made. Consequently, using the system for other purposes can be inappropriate. The system has been used since the early 1970s in drug utilization studies where it has been demonstrated to be suitable for national and international comparisons of drug utilization, for the evaluation of long term trends in drug use, for assessing the impact of certain events on drug use and for providing denominator data in investigations of drug safety.’
(bron: www.whocc.no/atcddd/ > Use and misuse)