Archief voor ‘Correctie en (eind)redactie’

Aan het werk met SMAAK

SMAAK is een uitgave van de Rijksgebouwendienst. Aan bod komen allerlei projecten van deze dienst. Of waarbij de Rgd bij betrokken was.

Heel leuk vond ik in het vorige nummer alle aandacht voor het nieuwe Scheepvaartmuseum. In het nummer dat ik nu corrigeer, is er onder andere aandacht voor Het Funen – een wijkje in Amsterdam en prijswinnaar van de Gouden Piramide, het Paleis op de Dam en Veenhuizen. Toevallig drie onderwerpen die onlangs op tv aan bod kwamen.

Natuurlijk moet je bij het corrigeren van een tekst niet alle aandacht laten afleiden door de inhoud van die tekst. Met mijn geodriehoek van de middelbare school volg ik elke regel; met die aandacht zit het dus wel goed. Een leuke tekst met leuke inhoud heeft wel iets extra’s.

Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening

Deze planologische kernbeslissing (pkb) legt de principes voor de inrichting van Nederland voor de komende twintig jaar vast. Het kabinet wijst gebieden aan waar het grootste deel van de verstedelijking in Nederland zal plaatsvinden staat op de website van de Eerste Kamer.

De Vijfde Nota ruimtelijke ordening (Ruimte maken, Ruimte delen) bevat de hoofdlijnen van beleid inzake wonen, woonlocaties en verstedelijking, natuur, landschap en waterbeheer, bereikbaarheid en het ruimtelijk accommoderen van de economie. Deze pkb doorloopt de procedure zoals aangegeven in artikel 2a van de Wet Ruimtelijke Ordening. De pkb is nooit in de Kamers behandeld. Na enkele kabinetswisselingen is besloten tot het opstellen van de Nota Ruimte (29.435), waarin naast de Vijfde Nota ook de nota’s van de ministeries voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (later Voedselkwaliteit) en voor Verkeer en Waterstaat zijn geïntegreerd.

Wikipedia

Wikipedia schrijft het volgende over de nota:

Voorafgaande aan de Nota Ruimte heeft de (toenmalige) Minister van VROM, Jan Pronk, een Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening opgesteld. Die nota is nooit definitief geworden. In de ‘Vijno’, zoals die nota wel werd aangeduid, zijn rode en groene contouren vastgesteld. Bedoeling was om rond dorpen en steden rode contouren te trekken. Buiten de rode contouren mocht geen bebouwing plaatsvinden. En binnen de groene contouren (bijvoorbeeld rond het Groene Hart) werd dat al helemaal niet toegestaan.

Hoewel de Vijno nooit definitief werd vastgesteld (deze is uiteindelijk opgevolgd en vervangen door de Nota Ruimte die geen groene en rode contouren kent), hebben provincies, hangende de Vijno-procedure, die contouren opgenomen in hun streekplannen. Daardoor is de eigenaardige situatie ontstaan dat provincies in hun streekplannen beleid (de groene en rode contouren) hebben geïmplementeerd dat niet is gebaseerd op het rijksbeleid uit hoofde van de uiteindelijke Nota Ruimte. Daarmee zijn provincies ‘strenger’ in het bebouwings-uitbreidingsbeleid dan het Rijk op dit moment is. Die contouren hebben vanwege de eigen bevoegdheid van de provincies evenwel verbindende status in die zin dat gemeenten er rekening mee dienen te houden bij het opstellen van bestemmingsplannen.

Waarom deze aandacht?

Voor het ministerie van VROM heb ik deze Vijno gecorrigeerd. Dat was een leuke opdracht. De nota zag er indrukwekkend uit en de visie was inspirerend.

Beste redactie

Zomaar een mailtje van iemand:

Ik ben sinds dit jaar donateur en ontvang dan ook het blad. Ik leef zonder schildklier en ben nog steeds niet goed ingesteld. Gelukkig heb ik nu een internist die het protocol volgt. En eerst vraagt hoe ik mij voel voordat hij wat over de waarden gaat vertellen. Dankzij het Schildkliermagazine weet ik waar ik ‘recht’ op heb. Ik kijk altijd een beetje naar het magazine uit, ik vind het het heel nuttig.

Dat maakt mijn dag helemaal goed!

Schildklieraandoeningen – klachten en diagnose

In een huisartsenpraktijk heb je meestal in eerste instantie te maken met de doktersassistent. Zij (of hij) neemt de telefoon op en vertelt je de uitslag van het bloedprikken. Tenminste, zo kan het gaan. Van groot belang is dat zij (of hij) goed weet hoe het precies zit. Om welke bloedonderzoeken en om welke waarden gaat het. Vaak is al het jargon een soort abacadabra.

In de praktijk ervaren (te) veel patiënten dat hun huisarts te weinig weet van de schildklier. Dat is heel jammer. Een goede behandeling is het halve werk. Als nu die doktersassistent meer over de schildklier weet … Dat geeft vast een zet in de goede richting.

In 2011 kregen Schildklierstichting Nederland, Hypo maar niet Happy en de Nederlandse Vereniging van Graves Patiënten de ruimte in het vakblad De Doktersassistent van de NVDA om het een en ander uit te leggen over de schildklier. Veelgebruikte termen kwamen voorbij. Maar ook kwam in dat artikel aan bod bij welke waarden iemand zich goed kan voelen.

Als hoofdredacteur van het Schildklier Magazine heb ik het artikel geschreven. Hier kun je het lezen [pdf].

In de webversie van het artikel is een TSH-curve wél opgenomen. In het artikel in het blad is dat niet het geval.

Een nieuwe opdracht

Daar kijk ik naar uit. Een leuke, nieuwe opdracht.
Het gaat om de correctie van het blad SMAAK, uitgave van de Rijksgebouwendienst.

Wil je voorproeven?

Klik hier

Opdracht Binnenlandse Zaken/WWI/Wijken

‘Medio 2009 hebben de minister voor Wonen, Wijken en Integratie en de 18 bij de wijkenaanpak betrokken gemeenten afgesproken dat in 2010 en begin 2011 alle wijken en betrokken departementen worden gevisiteerd door een onafhankelijke visitatiecommissie. De commissie brengt tot en met januari 2011 bezoeken aan alle 40 aandachtswijken, waarna in het voorjaar ook de bij de wijkenaanpak betrokken departementen (VROM/WWI, VWS/Jeugd & Gezin, BZK, JUS, OCW, SZW en EZ) worden gevisiteerd.

Het doel van de visitatie is om te inspireren en adviseren over door de gemeente, corporaties en bewoners aangedragen issues. Het advies draagt bij aan de kennis over effectieve en doelmatige oplossingen voor de wijkenaanpak en het stedelijke vernieuwingsbeleid. De commissie geeft feedback op in hoeverre de inzet van instrumenten en ingezette middelen in de wijk(en) in haar ogen maatschappelijk “rendement” oplevert.

Verantwoorden over en evalueren van het tot nu toe gevoerde beleid is niet aan de orde. De commissie zoekt bewust in de gesprekken met bestuurders, professionals en bewoners naar problemen en weerstanden in de gekozen wijkenaanpak, maar daar worden nadrukkelijk geen definitieve oordelen, positief noch negatief, aan verbonden. Daarvoor is het te vroeg. Het gaat in de wijkenaanpak per definitie om processen die tijd nodig hebben. Inspireren, leren en verbeteren zijn daarom de kernbegrippen in de werkwijze van de commissie.’

Het bovenstaande kun je lezen op de website van KEI. Onlangs heb ik in opdracht van het ministerie van BZK de 18 rapporten van de Visitatiecommissie wijkenaanpak gecorrigeerd.

Leven en werken met je schildklieraandoening

Het is gelukt! de folder is ruimschoots klaar voor de Week van de Schildklier begint.

Aandacht voor de schildklier is zo belangrijk. Naar schatting hebben circa 800.000 mensen er dagelijks mee te maken. Helaas duurt het vaak lang voordat een diagnose wordt gesteld. En vervolgens kun je veel tijd nodig hebben voor een behandeling aanslaat.

In de folder komen vier mensen aan het woord. Zij hebben meegedaan aan gespreksgroepen voor het project ‘Goud in Handen’. Doel van Goud in Handen is dat de zorg verbetert. Met hopelijk een betere kwaliteit van leven als gevolg.

Lees de folder [pdf]

Folder is bijna klaar!

Vandaag is het zover. De folder Leven en werken met je schildklieraandoening is naar de drukker. Deze folder verschijnt in het kader van het project Week van de Schildklier. Aandacht wordt besteed aan de vier deelthema’s kwaliteit van leven, gezin & relaties, werk & opleiding en sport & hobby.

Aan het woord komen drie vrouwen en één man. Zij vertellen over hun schildklieraandoening en hoe zij daarmee omgaan. Aan bod komen de oogziekte van Graves, de ziekte van Hashimoto, schildklierkanker en Graves hyperthyreoïdie (de schildklier maakt te veel hormoon).

Paula’s verhaal is geplaatst in het kader kwaliteit van leven. Bij Ingrid gaat het over gezin en relaties. Nel vertelt over haar werk. Bij Teun speelt sport een grote rol en daarnaast is meten en weten heel belangrijk voor hem.

Daisy van den Broek heeft ze geïnterviewd. Heel duidelijk is dat Paula, Ingrid, Nel en Teun gaan leven als je over ze leest. Dat is in de folder zo, maar extra is dat nog in het Schildklier Magazine. In dat blad verschijnen de complete interviews. In de folder gaat het om een samenvatting. Ik heb de eindredactie verzorgd. Hans van Eck is de vormgever.

In de folder krijgt het project Goud in handen; ervaringskennis effectief inzetten ook aandacht. De vier mensen deden mee aan de gespreksgroepen van dat project.

Week van de Schildklier

De Schildklierstichting hoort veel verhalen van patiënten die niet goed ingesteld zijn op schildklierhormoon. Er wordt dan vaak alleen naar de waarden gekeken. De arts heeft er dan geen aandacht voor dat de optimale waarden per persoon verschillen en dat een TSH en FT4 geïnterpreteerd kunnen worden als veiligheidslimiet. De patiënt wil gezien worden als mens met zijn/haar kwaliteit van leven en niet als testresultaat.

Zowel mensen met hyperklachten als mensen met hypoklachten krijgen te horen: waarden zijn goed dus u kunt geen klachten hebben. Maar zoals gezegd optimale waarden verschillen: het ene individu kan zich prima voelen met een TSH van 2, terwijl het andere individu pas van de bank komt met een TSH van 0,4, en weer een ander stuitert met die 0,4.

In dit artikel komen allerlei factoren aan bod die kunnen bijdragen aan een betere instelling op schildklierhormoon.

Behandelrichtlijnen

In 2006 en 2007 was Schildklierstichting Nederland met Schildklierwijzer, Hypo maar niet happy (Hmnh) en de Nederlandse Vereniging van Gravespatiënten (NVGP) betrokken bij de beoordeling van de behandelrichtlijnen voor huisartsen en internisten. Er is toen uitgebreid aandacht besteed in het magazine aan die richtlijnen.

In het kader van de Week van de Schildklier en het deelthema ‘Schildklierwaarden versus kwaliteit van leven – Je waarden zijn normaal maar je houdt klachten. Wat kun je doen?’, is er in het maartmagazine wederom aandacht voor de richtlijnen. Uit deze richtlijnen blijkt duidelijk dat er niet alleen naar de waarden gekeken moet worden. Het is de bedoeling dat de patiënt klachtenvrij wordt. Of op z’n minst zo klachtenvrij mogelijk.

In de huisartsenrichtlijn – de NHG-Standaard Schildklieraandoeningen – wordt het heel duidelijk uitgelegd: ‘Streef naar normale waarden voor zowel TSH als vrij T4 en streef ernaar dat de patiënt klachtenvrij wordt. De TSH-waarde bevindt zich bij goed ingestelde patiënten veelal in het laag-normale gebied; het vrije T4 is dan meestal hoog normaal. Een kleine verhoging van de dosering met 12,5 microgram levothyroxine, ook al zijn TSH en vrij T4 al normaal, kan ervoor zorgen dat de patiënt zich beter voelt.’

Ook noemt de NHG-Standaard: ‘Patiënten hebben in een aantal onderzoeken voorkeur voor de combinatie T4 + T3. Vanwege deze bevindingen wordt door de patiëntenorganisaties bij restklachten de mogelijkheid van een proefbehandeling met T4 + T3 bepleit.’

De NIV-richtlijn Schildklierfunctiestoornissen (2007) beschrijft het zo: ‘Blijf bij primaire hypothyreoïdie de dosering levothyroxine verhogen tot de TSH-concentratie binnen het referentiegebied is gekomen en de patiënt klachtenvrij is. Verhoog de dosering niet verder als de TSH-waarde 0,5 mU/l is.’

Aandachtspunten bij de behandeling van schildklieraandoeningen

  • Het belang van goede kennis van de schildklier bij de reguliere artsen.
  • Een goede respectvolle wijze van communicatie met de patiënt.
  • Een volledige voorlichting over de kwaal, het verloop van de aandoening, de mogelijkheden van behandeling en de gevolgen van wel/niet behandelen.
  • Gezonde voeding en stoppen met roken is altijd van belang en ondersteunend in het genezingsproces en bij het voorkomen van ziektes.
  • De aanvulling met schildklierhormoon geeft niet de normale bloeduitslagen weer van gezonde mensen. Het hormooneffect op weefselniveau is moeilijk te meten en in getallen weer te geven. Vaststelling van een optimale hormoonbehandeling is alleen mogelijk binnen bepaalde grenzen. Het is daarom belangrijk te bedenken dat aanvullende hormoontherapie niet altijd leidt tot volledig herstel van de kwaliteit van leven. Erkenning van niet-perfecte medicatie is van groot belang voor begrip van klachten door artsen en patiënten.

Een veilige TSH-waarde

Uit een Brits onderzoek van Graham Leese en Robert Flynn van de Universiteit van Dundee, Tayside blijkt inmiddels dat een TSH tussen 0,04 en 0,4 voor patiënten die levothyroxine slikken veilig is. Van ongeveer 17.000 patiënten die levothyroxine slikten, werden de gegevens over een periode van 8 jaar onderzocht. Gekeken werd of de TSH-waarde gevolgen had voor de gezondheid op de lange termijn van de patiënten.

Uit het onderzoek bleek dat patiënten met een hoge TSH (> 4,0) of onderdrukte TSH (< 0,03) vaker last hadden van hart- en vaatziekten, hartritmestoornissen en botbreuken dan patiënten met een normale TSH (0,4-4,0). Bij patiënten met een iets lagere TSH (0,04-0,4) was de uitkomst hetzelfde als bij die patiënten met een normale TSH. Zij hadden geen grotere kans om genoemde problemen te krijgen. Een te hoge TSH is dus niet goed. Maar de TSH mag ook weer niet onderdrukt zijn. Meer onderzoek is gewenst. Maar dit onderzoek kan schildklierpatiënten al op weg helpen.

T4 + T3

De meeste patiënten slikken alleen levothyroxine. Dat is de standaardbehandeling. Een deel van de patiënten houdt restklachten na het optimaal instellen op levothyroxine. Soms proberen deze patiënten en hun artsen of aanvullend T3-hormoon (liothyronine) verbetering geeft van deze restklachten. T3-hormoon is bekend als Cytomel, Cynomel of Thybon. Er zijn geen richtlijnen voor de behandeling met T4+T3. Artsen houden vaak de bijsluiter van Cytomel aan. Deze bijsluiter is niet geschreven voor de T4+T3-behandeling en bevat onduidelijke aanwijzingen ten aanzien van de dosis. Een startdosering volgens de bijsluiter van 25 mcg is veel te hoog bij een T4+T3-behandeling. Meestal voelen patiënten zich prettiger met een aanvullende lagere dosering T3 van 6,25 mcg of 12,5 mcg, meestal verdeeld over de dag. Deze dosis komt meer overeen met de normale T3-productie van een goed werkende schildklier.

Wat doet de Schildklierstichting?

De telefooncontactpersonen (TCP’s) en werkgroepleden van de SN merken dat heel veel huisartsen te hoge waarden aanhouden van de TSH bij het slikken van schildklierhormoon. Patiënten hebben vaak nog veel klachten. De huisarts zegt dan bij een waarde van 3 of nog hoger dat het goed is en de klachten niet meer van de schildklier kunnen komen. De TCP’s wijzen patiënten er dan op dat deze waarde lager dan 2 moet liggen, vaak zelfs onder de 1. Gelukkig weten meer mensen inmiddels toch wel dat de waarden niet zo hoog mogen liggen, maar de huisarts blijft dan volhouden dat het goed is. Zelf hebben ze dit dan al gelezen in de SN-brochures, in het magazine of op de SN-website. Maar als de huisarts eigenwijs is en niet goed wil luisteren dan houdt het op. Er zijn ook mensen die echt te veel schildklierhormoon krijgen. Met een TSH-waarde van 0,01 en hyperklachten worden ze naar huis gestuurd. Dat is ook niet de bedoeling.

Heb je vragen over je schildklieraandoening, je waarden of over je dosis schildklierhormoon?
Aarzel niet, bel de Schildkliertelefoon: 0900-899 88 66; van 13.00-16.00 uur op maandag, dinsdag en woensdag; van 18.30-21.00 uur op donderdag.

Wat kun je doen?

Wanneer je maar klachten blijft houden, neem dan zelf initiatief. Het gaat om jou. Wat kun je zoal doen?

  • Leer hoe de schildklier werkt en wat schildklierhormoon doet.
  • Schrijf na elk bloedonderzoek de TSH- en FT4-waarde (en eventueel T3) op in een schriftje.
  • Noteer daarbij hoe je je voelt. Zijn er klachten? Hoeveel weeg je?
  • Laat bloed prikken voordat je hormoon hebt geslikt. Dan is de TSH hoger en de FT4-waarde lager. Dit kan je een betere onderhandelingspositie geven als je meer T4-hormoon nodig hebt.
  • Print de pagina’s van de richtlijnen en leg die voor aan je arts.
  • Slik schildklierhormoon op een tijdstip waarbij je je zich prettig voelt en wat handig uitkomt met je werk of andere bezigheden: ’s ochtends, ’s avonds of ’s nachts. Overleg dit wel met je arts.
  • Zorg voor voldoende tijd tussen eten en inname van T4-hormoon. Meer tijd tussen eten en pil slikken zorgt voor meer opname van T4 in de darm.
  • Let op de wisselwerking met andere medicijnen. Vraag je arts en/of apotheker daarnaar of lees de bijsluiter.
  • Wijt niet alles aan de schildklier. ‘Normale’ mensen zijn ook wel eens moe en hebben ook wel eens een kort lontje.

VROM.nl

Elk jaar verscheen in het magazine VROM.nl een overzicht van de links [pdf]. Het waren leuke opdrachten om die links te verzamelen. Je kwam van alles weer tegen.

UA-12353968-1