SMAAK Special: het vernieuwde Rijksmuseum

In deze SMAAK special over het vernieuwde Rijksmuseum vertellen betrokkenen wat het gebouw aan verrassingen voor hen in petto had.Terugblikken maar vooral ook vooruitkijken, dat is het doel van de SMAAK Special, want het proces mag dan bij tijd en wijle moeizaam en ingewikkeld zijn geweest, het resultaat mag er zijn. Daar is iedereen het over eens.

SMAAK Special: het vernieuwde Rijksmuseum

SMAAK, het magazine van de Rijksgebouwendienst, staat voor Stedenbouw, Monumentenzorg, Architectuurbeleid, Architectuur en Kunst. SMAAK is er voor iedereen die geïnteresseerd is in rijksgebouwen, monumenten, architectuur en kunst. SMAAK verschijnt in druk als special over een gebouw of thema.

Altijd Was met aandacht voor Vijfde Nota

Onder de titel Ruimte maken, ruimte delen heeft de ministerraad op 15 december 2000 de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening vastgesteld. Dat was die nota die sprak over rode en groene contouren. Ik denk dat ik een van de weinige inwoners van Nederland ben die de hele nota helemaal gelezen heeft. Dat deed ik toen als corrector. Het ministerie van VROM was een belangrijke opdrachtgever.

Lees en kijk: Altijd Was met Verrommeling van het landschap.

Deze aandacht van het tv-programma Atijd Was voor de nota vond ik heel leuk. Aandacht voor die nota vind ik belangrijk. Er sprak inspiratie uit.

Wijken in uitvoering

Voortgangsrapportage 2012

Dit is de vijfde jaarlijkse editie van het magazine ‘Wijken in uitvoering’ over het verbeteren van de woon- en leefomgeving in de aandachtswijken. Voor de 40 aandachtswijken betekent dit dat zij in 2012 halverwege de afgesproken termijn van 10 jaar zijn waarin het Rijk steun heeft toegezegd bij de aanpak van de achterstanden.

Lees de rapportage.

BZK

Voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heb ik deze rapportage gecorrigeerd.

Lees ook

Achter de voordeur

Aandachtswijken

Sommige gezinnen in aandachtswijken hebben meerdere problemen. Om zo’n gezin echt te helpen is het belangrijk dat hulpverleners goed met elkaar samenwerken. Via het experiment Achter de voordeur zoeken gemeenten en hulpverleners naar werkbare en vernieuwende manieren om deze gezinnen samenhangende hulp te bieden.

Thema’s

De volgende thema’s komen hierbij aan de orde:

  • het komen tot 1 gezin, 1 plan;
  • een gecoördineerde uitvoering;
  • de financiering van de ‘Achter de voordeur’ aanpak.

Corrigeren en redigeren

Voor het ministerie van BZK heb ik verschillende rapporten over die aandachtswijken gecorrigeerd en geredigeerd. Het project ‘Achter de voordeur’ kwam daarin vaak voorbij. Bijzonder was dat samenstellingen met ‘Achter de voordeur’ op heel veel manieren werden geschreven. Met/zonder aanhalingstekens, met/zonder hoofdletters, met/zonder koppeltekens.

Aandachtswijken staan ook bekend als Vogelaarwijken of krachtwijken.

Lees ook:

Opdrachten voor VROM / IM / BZK

Werken voor VROM: van periodieken tot nota’s

De eerste opdracht van het ministerie van VROM kreeg ik in 1994. Tot de dag van vandaag krijg ik geregeld een telefoontje of mailtje of ik tijd heb voor weer een klus. Of het nu gaat over bouwprognoses, windenergie, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening – bij VROM kon het alle kanten uit.

Inmiddels is VROM verdeeld over de ministeries van IM en BZK. Door deze overgang zijn niet alle rapporten meer te vinden.

Een kleine greep uit de vele opdrachten:

De rem op de projectencarrousel

Over het belonen van zalmgedrag in een transitietijdperk

In 2010 en 2011 heeft het ministerie van BZK/WBI in het kader van de wijkenaanpak de publicatie Het rendement van zalmgedrag uitgebracht en de ‘4+1-bril’ geïntroduceerd. Dit model bleek in de praktijk zeer goed hanteerbaar om uitspraken te doen over het verduurzamingspotentieel van projecten.

Het 4+1-model is voortgekomen uit de constatering dat: (zeer) succesvolle projecten steeds weer vier samenhangende kenmerken hebben:

  • Ze gebruiken overtuigend en vasthoudend een effectieve manier van werken met hun doelgroepen
  • De resultaten van het werk worden gemeten in termen van outcome of impact en overtuigend gepresenteerd
  • Het project is ingebed in een strategische coalitie van stakeholders
  • Ze worden geleid door entrepreneurs die energiek, creatief en ondernemend de activiteit leiden

+1 staat voor verduurzamingsstrategieën.

Waarom aandacht voor dit onderwerp?

Voor het ministerie van BZK heb ik De rem op de projectencarrousel gecorrigeerd.

Met projectencarrousel wordt bedoeld: Jaarlijks starten honderden projecten met een tijdelijke subsidie. Deze projecten verdwijnen weer zodra de financiering stopt. Ook de effectieve projecten (good practices). Via het experiment Aanpak van de projectencarrousel wil de overheid de good practices verduurzamen. In december 2009 werd de eerste fase afgerond met de publicatie Het rendement van zalmgedrag. Dat boek was het verslag van een praktijkonderzoek waarin de projectencarrousel werd ontrafeld. Onderzocht werd of het ‘onderbuikgevoel’ dat het wiel constant uitgevonden wordt op waarheid berust. En als dat zo is, hoe dat in elkaar steekt.

De rem op de projectencarrousel is een vervolg op Het rendement van zalmgedrag en geeft praktische handreikingen over hoe de projectencarrousel kan worden geremd.

Speciaal

Het was een leuke opdracht. En niet alleen dat: ik vond het boekje leerzaam. Uitgebreid werd aandacht besteed aan processen binnen een project: welke rol hebben bepaalde mensen? Hoe komt het dat zij die rol op zich nemen? En hoe kan die persoon en de organisatie die inzet benutten?

Nota Wonen – wonen in de 21e eeuw

Mensen Wensen Wonen. Wonen in de 21e eeuw

Dit was een beleidsnota van het ministerie van VROM. Datum van uitgifte was december 2000.

Lees de nota [pdf]

Omschrijving

In de nota Wonen had het kabinet zijn visie op het wonen in de 21e eeuw neergelegd. Onder het motto ‘Mensen, Wensen, Wonen’ stelt de nota de burger centraal in het woonbeleid. Dat was nodig, want uit onderzoek was gebleken dat de woonwensen van de burger nog onvoldoende werden bediend.

Hoe tijden veranderen …

Kernthema’s

De kernthema’s van de Nota ‘Mensen, Wensen, Wonen’ waren:

  • meer zeggenschap voor burgers over woning en woonomgeving
  • kansen scheppen voor mensen in kwetsbare posities
  • maatwerk in wonen voor mensen die zorg nodig hebben
  • kwaliteit van wonen in steden vergroten
  • meer ruimte voor ‘groene’ woonwensen

Van erfenis tot studiebeurs

De Delftse Fundatie van Renswoude

In 1754 overleed Maria Duyst van Voorhout, vrijvrouwe van Renswoude, op 92-jarige leeftijd. Ze was miljonair, kinderloos en zonder favoriete neven of nichten. Bij testament wees ze drie weeshuizen aan als erfgenaam, het Burgerweeshuis te ‘s-Gravenhage, het Stadsambachtskinderhuis in Utrecht en het Weeshuis der Gereformeerden binnen Delft. Elke instelling verwierf zo ruim 500.000 gulden, ondergebracht in drie zelfstandige stichtingen (hoewel de besturen van deze drie Fundaties van Renswoude regelmatig contact met elkaar onderhielden). Elke stichting koos met de opbrengst van het kapitaal intelligente jongens van 15 jaar en ouder uit het weeshuis, bracht hen ergens afzonderlijk onder dak en leidde hen op tot de ‘mathesis, teekenen of schilderkunst, beeldhouwen of beeldsnijden, oeffeningen in sware dijkagien tot behoudinge van ons landt of dergelijke libre consten’.

E. P. de Booy, e.a., Van erfenis tot studiebeurs. De Fundatie van de vrijvrouwe van Renswoude te Delft. Opleiding van wezen tot de ‘vrije kunsten’ in de 18de en 19de eeuw. De fundatiehuizen. Bursalen in deze eeuw (Hollandse studiën XV; Delft: Drukkerij Meinema, Fundatie van Renswoude, 1985, 319 blz., ƒ 50,-, ISBN 90 704 03 15 3 (ingen.), ISBN 90 704 03 16 1 (geb.)).

Dit gedenkboek beperkt zich tot de Delftse Fundatie en gaat in drie bijdragen in op het gegeven onderwijs, de huisvesting en de beleidswijzigingen in de twintigste eeuw. Het meest uitvoerige stuk is van de hand van mevrouw E. P. de Booy, die zeer gedetailleerd nagaat welk onderwijs werd gegeven door de internaatstaf aan 136 jongens, die tussen 1756 en 1920 op het instituut verbleven. Het was voor die tijd uitstekend onderwijs, in de achttiende eeuw ongeveer gelijk te stellen aan het huidige hoger beroepsonderwijs. In de negentiende eeuw kwam de nadruk meer te liggen op de voorbereiding tot en ondersteuning bij externe schoolopleidingen.

Fundatie

Het aardigste in dit stuk is overigens niet zozeer de analyse van het onderwijsaanbod, als wel het inzicht in de overwegingen rond de beroepskeuze van de leerlingen. Zo meende de internaatstaf in het midden van de achttiende eeuw dat de leerling Adriaan Besemer een middelmatig verstand had, geen aanleg voor wiskunde en tenger gebouwd was. Dat maakte hem voor veel beroepen ongeschikt: de keus was eigenlijk beperkt tot horlogemaker of chirurgijn. Nu had de jongen wel een goed geheugen en kon daardoor Latijn leren. Dat gaf de doorslag om hem op te leiden tot chirurgijn: daarvoor was slechts nodig operaties bij te wonen en ijverig boeken te lezen.

De Fundatie van Renswoude bestaat nog steeds. Klik hier

De grote ommekeer in het beleid van de Fundatie vindt plaats in het begin van de twintigste eeuw. De achtergrond daarvan is het opdrogen van het recruteringsgebied: de weeshuizen zijn bezig te verdwijnen. In twee korte bijdragen beschrijft J. Engel hoe de stichting vanaf 1915 zich gaat richten op het verstrekken van studiebeurzen (onder andere aan de historicus Rüter). Het eigen internaat wordt verkocht, zoals ook de bestaansgrond van het weeshuis steeds onduidelijker wordt. In overleg met het departement van justitie werd tenslotte het weeshuis omgezet in een ‘Tehuis van werkende jongeren’ (1951), waarvoor in 1970 zelfs een nieuw gebouw werd betrokken dat nog geen tien jaar (en vele teleurstellingen) later verkocht zou worden aan de gemeente Delft en bestemd werd voor studentenhuisvesting.

In 1985 werkte ik als corrector bij Drukkerij Meinema in Delft. De correctie van dit boek was mijn verantwoordelijkheid. Dergelijke boeken keek (en kijk) ik graag na.

Van een eeuwenoude instelling is dus niet veel meer over, alleen de Fundatie bestaat nog met een nuttige, zij het zeer beperkte taak: het school- en studiebeurzensysteem werd in de jaren vijftig door de overheid zo uitgebreid, dat de Fundatie nu ook beurzen geeft aan meisjes, buitenlanders en men zelfs niet langer christelijk hoeft te zijn om in aanmerking te komen.

Bron: recensie van P. de Rooy

Het geheel is als gedenkboek wel geslaagd. Het geeft een aardig inzicht in de ontwikkeling van de Fundatie, ook al valt er wel een overmatige nadruk op het onderwijs in de achttiende eeuw. De ommekeer in de twintigste eeuw is meer aangestipt dan behandeld. Het grootste bezwaar zit dan ook eigenlijk in het genre ‘gedenkboek’ als zodanig. De aandacht wordt in dit genre immers bijna altijd opgeëist door de glorierijke perioden, tegenslagen worden altijd overwonnen. Verbanden met relevante maatschappelijke ontwikkelingen worden nauwelijks gelegd (zo ontbreekt bijvoorbeeld hier een verwijzing naar het bekende opstel van J. A. de Jonge over Delft); uitholling van oude idealen en enigszins wanhopig streven naar nieuwe taken wordt afgeschilderd als flexibele aanpassing aan moderne tijden. Dit boek heeft alle voor- en nadelen van dit soort geschiedschrijving, maar het genre is wellicht passend voor deze Fundatie: beperkt van betekenis, maar nuttig.

Aan het werk met SMAAK

Nieuwe opdracht van de Rijksgebouwendienst

SMAAK is een uitgave van de Rijksgebouwendienst. Aan bod komen allerlei projecten van deze dienst. Of waarbij de Rgd bij betrokken was.

Heel leuk vond ik in het vorige nummer alle aandacht voor het nieuwe Scheepvaartmuseum. In het nummer dat ik nu corrigeer, is er onder andere aandacht voor Het Funen – een wijkje in Amsterdam en prijswinnaar van de Gouden Piramide, het Paleis op de Dam en Veenhuizen. Toevallig drie onderwerpen die onlangs op tv aan bod kwamen.

Natuurlijk moet je bij het corrigeren van een tekst niet alle aandacht laten afleiden door de inhoud van die tekst. Met mijn geodriehoek van de middelbare school volg ik elke regel; met die aandacht zit het dus wel goed. Een leuke tekst met leuke inhoud heeft wel iets extra’s.