Wanneer schrijf je beide en wanneer beiden?

Beide wordt altijd zonder -n geschreven als het een geheel vormt met een zelfstandig naamwoord dat er vlak achter staat; het maakt niet uit of dat zelfstandig naamwoord personen of zaken aanduidt:

  • Ik zag beide kinderen naar school gaan.
  • De beide bedrijven gingen verhuizen.

Daarnaast is beide juist als het slaat op een woord dat eerder in de tekst genoemd is en dat geen personen aanduidt:

  • De bedrijven gingen beide verhuizen.

Beiden is juist als het naar personen verwijst en er geen zelfstandig naamwoord achter staat; het zelfstandig naamwoord kan wel eerder in de zin genoemd zijn:

  • De jongens gaan beiden naar school.
  • Beiden vroegen hoe het met me ging.
  • Ze vroegen beiden hoe het met me ging.
  • De nieuwe buurvrouw vroeg ons beiden op de koffie.
  • Ik heb jullie beiden gewaarschuwd.

Bron

Beletselteken

Tot in de puntjes …

Voor en achter een beletselteken komt meestal een spatie. Als een woord wordt afgebroken, komt er geen spatie voor het beletselteken. Als het beletselteken tussen haakjes staat, komt er aan het einde van een zin na haakje een punt achter het beletselteken. Als de drie puntjes het eind van de zin vormen, komt er geen extra punt na. Het derde puntje vormt dan de zinsafsluiting. Als de zin op een vraagteken of uitroepteken eindigt, komt dat leesteken meteen achter het derde puntje.

  • Wat ze me toen vertelde …
  • En wat als iedereen in slaap valt …?

Daarnaast wordt het beletselteken gebruikt om een plotselinge onderbreking of een lange pauze weer te geven. Het beletselteken kan bijvoorbeeld spanning suggereren.

  • Gert riep nog: ‘Wacht even op m…’ Maar Ivan hoorde hem niet meer.
  • Gvozdenovic speelt de bal naar Verheyen … Verheyen haalt uit en … hij schiet naast de goal!
  • Ja, maar … Zo gemakkelijk is dat niet.

Het beletselteken wordt ook gebruikt ter afbreking van onvolledige opsommingen. Het woord enzovoort of de afkorting enz. is evenwel gebruikelijker aan het eind van een onvolledige opsomming.

  • Alle belangrijke mensen waren aanwezig: Jeannine, Katrien, Bart, Griet, Michel …
  • Katleens dessertenbuffet was erg uitgebreid: tiramisu, fruitsla, chocomousse, taart, ijs …

Scheldwoorden en taboewoorden kunnen worden afgebroken met het beletselteken.

  • Het deed zoveel pijn dat hij riep: ‘Godv…!’

Ten slotte kan het beletselteken ook in een citaat aangeven dat er een stuk tekst is weggelaten. Het beletselteken staat dan tussen ronde of vierkante haakjes.

  • ‘Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde (…). Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet (…). Het recht zal hij zuiver doen kennen.’ (Jesaja, 42, 1-3)
  • P.C. Retnec schrijft: ‘Theater is een uitwisselingsproces dat plaatsvindt tussen de acteurs en de toeschouwers. […] Toneel is eveneens een theatervorm waarbij acteurs een spel tentoonspreiden voor de toeschouwers.’

Verleden tijd van het werkwoord benijden

Is dat benijdde of beneed?

Het werkwoord benijden wordt zwak vervoegd: ik benijdde – ik heb benijd.
Juist is dus: ‘Hij benijdde zijn vrienden, die elke avond uitgingen.’

De meeste werkwoorden met een lange ij zijn sterk

  • bijten – beet
  • kijken – keek
  • rijden – reed
  • stijgen – steeg
  • tijgen – toog

Waarom is benijden zwak?

Dat benijden zwak is, heeft waarschijnlijk te maken met de herkomst: het heeft het zelfstandig naamwoord nijd als basis; benijden betekende oorspronkelijk ‘niet kunnen verdragen, zich ergeren’, en tegenwoordig ‘jaloers zijn (op)’. Werkwoorden die zijn afgeleid van een zelfstandig naamwoord worden bijna altijd zwak vervoegd, net als van een bijvoeglijk naamwoord afgeleide werkwoorden.

Vergelijk: vijlen (afgeleid van vijl), bedijken (van dijk), lijmen (van lijm), bevrijden (van vrij), verblijden (van blij).

Sterke werkwoorden gaan vrijwel nooit terug op een zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord.

Wat iedereen zou moeten weten over het Nederlands

Feiten en cijfers

Voor zo’n 23 miljoen mensen is Nederlands de moedertaal. Ongeveer 16 miljoen van hen wonen in Nederland, 6 miljoen in België, en 400.000 in Suriname. Daarmee is het Nederlands een van de 40 meest gesproken talen in de wereld. Als je bedenkt dat er wereldwijd meer dan 6000 talen gesproken worden, dan scoort het behoorlijk hoog. Niet alleen daarom, ook om allerlei andere redenen is het Nederlands een wereldtaal. Zo is het een van de tien belangrijkste talen op internet en in de sociale media. De taaltechnologie voor het Nederlands is hoog ontwikkeld. En de Nederlandse literatuur en cultuur scoort hoog op internationaal vlak.

Bron: Taalunieversum

Ronde tafel versus keukentafel …

En maar praten

Was het eerst alleen het rondetafelgesprek, op dit moment hoor je niets anders dan keukentafelgesprek.

Is er een verschil?

Daar lijkt het veel op. Rondetafelgesprekken lijken uit te gaan van een zekere gelijkwaardigheid van de gesprekspartners. Bij het keukentafelgesprek komt iemand thuis bij de klant of patiënt om te praten over zorg. Het lijkt er veel op dat daar geen/weinig sprake is van een gelijkwaardige positie van de mensen om de tafel.

Volgende fase

Komt hierna het rondekeukentafelgesprek?