Nog geen krant kunnen lezen

Moeite met taalbeheersing

Veel landgenoten hebben moeite met hun taalbeheersing. Nog altijd kunnen 250.000 Nederlanders geen letter lezen en schrijven.

Daarboven bevindt zich een groep van 1,5 miljoen laaggeletterden. Hun taalbeheersing is zo belabberd dat ze niet normaal kunnen functioneren in een moderne samenleving. Een laaggeletterde kan geen krant, folder of bijsluiter lezen.

Laaggeletterdheid komt voor onder ouderen en jongeren, autochtonen en allochtonen. Van de 1,5 miljoen laaggeletterden zijn een miljoen mensen van Nederlandse afkomst, een derde is van buitenlandse komaf.

De oorzaken zijn divers. „Vroeger haalden ouders hun kinderen vaak vroegtijdig van school omdat ze geld moesten verdienen”, vertelt Margreet de Vries, directeur van Stichting Lezen & Schrijven.

Tegenwoordig is het probleem veel meer verborgen. „Leerlingen blijken hun schoolcarrière te kunnen afsluiten met een diploma, terwijl hun taalbeheersing volstrekt onvoldoende is. We hebben als samenleving onze taalvaardigheid laten verslonzen.”

De Vries verwijst naar een onderzoek (zie hieronder) onder medewerkers in de kinderopvang in Amsterdam. Een kwart, geschoold op het hoogste mbo-niveau, beschikt over een taalvaardigheid op het allerlaagste niveau.

Pedagogische kwaliteit van de opvang voor 0- tot 4-jarigen in Nederlandse kinderdagverblijven in 2008
R.E.L. de Kruif, J.M.A. Riksen-Walravenb, M.J.J.M Gevers Deynoot-Schaub, K.O.W. Helmerhorst, L.W.C. Tavecchio en R.G. Fukkink

„Leidsters waren niet in staat een foldertje over de Mexicaanse griep te lezen”, licht De Vries toe. „Schokkend. Wij sturen blijkbaar leerlingen de samenleving in met een diploma dat dat niet waard blijkt te zijn.” Het voorval is geen incident. „Uit ander onderzoek blijkt dat 30 procent van de mbo’ers op het lagere 1- en 2-niveau kampt met laaggeletterdheid.”

Dit artikel is te lezen in het Reformatorisch Dagblad in een bijdrage van Gerard ten Voorde. Een interessant artikel. Bijzonder is die aandacht voor het taalniveau van veel leidsters in de kinderopvang. De CAO stelt strenge – beperkte – opleidingseisen. Belangrijker is voor een hbo’er dat zij een luier kan verschonen dan dat zij haar Nederlandse taal goed beheerst. Liever SPW3 dan hbo-niveau met ervaring.

Blijkbaar is de ontwikkeling van taal geen doel binnen de kinderopvang.