Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening
Deze planologische kernbeslissing (pkb) legt de principes voor de inrichting van Nederland voor de komende twintig jaar vast. Het kabinet wijst gebieden aan waar het grootste deel van de verstedelijking in Nederland zal plaatsvinden staat op de website van de Eerste Kamer.
De Vijfde Nota ruimtelijke ordening (Ruimte maken, Ruimte delen) bevat de hoofdlijnen van beleid inzake wonen, woonlocaties en verstedelijking, natuur, landschap en waterbeheer, bereikbaarheid en het ruimtelijk accommoderen van de economie. Deze pkb doorloopt de procedure zoals aangegeven in artikel 2a van de Wet Ruimtelijke Ordening. De pkb is nooit in de Kamers behandeld. Na enkele kabinetswisselingen is besloten tot het opstellen van de Nota Ruimte (29.435), waarin naast de Vijfde Nota ook de nota’s van de ministeries voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (later Voedselkwaliteit) en voor Verkeer en Waterstaat zijn geïntegreerd.
Wikipedia
Wikipedia schrijft het volgende over de nota:
Voorafgaande aan de Nota Ruimte heeft de (toenmalige) Minister van VROM, Jan Pronk, een Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening opgesteld. Die nota is nooit definitief geworden. In de ‘Vijno’, zoals die nota wel werd aangeduid, zijn rode en groene contouren vastgesteld. Bedoeling was om rond dorpen en steden rode contouren te trekken. Buiten de rode contouren mocht geen bebouwing plaatsvinden. En binnen de groene contouren (bijvoorbeeld rond het Groene Hart) werd dat al helemaal niet toegestaan.
Hoewel de Vijno nooit definitief werd vastgesteld (deze is uiteindelijk opgevolgd en vervangen door de Nota Ruimte die geen groene en rode contouren kent), hebben provincies, hangende de Vijno-procedure, die contouren opgenomen in hun streekplannen. Daardoor is de eigenaardige situatie ontstaan dat provincies in hun streekplannen beleid (de groene en rode contouren) hebben geïmplementeerd dat niet is gebaseerd op het rijksbeleid uit hoofde van de uiteindelijke Nota Ruimte. Daarmee zijn provincies ‘strenger’ in het bebouwings-uitbreidingsbeleid dan het Rijk op dit moment is. Die contouren hebben vanwege de eigen bevoegdheid van de provincies evenwel verbindende status in die zin dat gemeenten er rekening mee dienen te houden bij het opstellen van bestemmingsplannen.
Waarom deze aandacht?
Voor het ministerie van VROM heb ik deze Vijno gecorrigeerd. Dat was een leuke opdracht. De nota zag er indrukwekkend uit en de visie was inspirerend.